Home » Nieuws » Website mag prijsgeschiedenis koophuis publiceren
 
Website mag prijsgeschiedenis koophuis publiceren

Een huiseigenaar in Schiedam wil niet dat Miljoenhuizen, een website die advertenties verzamelt van huizen die te koop staan, laat zien dat hij zijn vraagprijs heeft verlaagd. Dat is privacygevoelige informatie, vindt hij. De rechter gaf hem ongelijk. Directeur Nico Schoonderwoerd van Miljoenhuizen vindt dat de huizenzoeker recht heeft op informatie over het afprijzen van huizen.

Wat is er gebeurd?
‘Een meneer kocht in 2006 een huis in Schiedam voor ongeveer 200 duizend euro. Een jaar later zette hij het huis te koop voor 270 duizend euro. In 2008 was het huis nog niet verkocht en was de prijs verlaagd naar 250 duizend euro. Die prijsverlaging staat bij ons op de website, zoals wij de vraagprijsgeschiedenis van ieder huis bijhouden.’

Wat was zijn probleem?
‘Hij krijgt zijn huis niet verkocht en dat zou onze schuld zijn. Volgens hem is de prijsgeschiedenis een privacygevoelig gegeven. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) gaf hem hierin gelijk. Volgens het college was de privacywet van toepassing en moest hij zijn gelijk maar via de civiele rechter halen. In november kwam de zaak voor de rechtbank van Rotterdam. De rechtbank heeft op 5 januari bepaald dat de prijsgeschiedenis van een huis niet kan worden beschouwd als een persoonsgegeven. Wij mogen die geschiedenis dus op de website zetten.’

Is de woning inmiddels al verkocht?
‘Naar mijn weten niet. En of het nadeel oplevert, als wij de verlaging van de vraagprijs publiceren is niet te bewijzen.’

Eerder klachten gehad over het publiceren van de prijsgeschiedenis?
‘Wij krijgen er bijna elke twee weken wel een brief over. Heel soms corrigeren we, bijvoorbeeld als de prijsverlaging het gevolg is van het loskoppelen van de grond van de woning. Maar anders niet. De koper heeft recht op dezelfde informatie als de verkoper.

‘Het mooiste zou zijn als we er ook nog alle transactieprijzen bij zouden kunnen zetten. Maar die informatie wil het Kadaster nog niet kwijt voor een redelijke prijs. Ze zijn natuurlijk bang een belangrijke bron van inkomsten te verliezen.’